De economische vrijheid en de grondwet
Een democratie kan slechts in stand blijven wanneer ze een grondwet heeft, en waarbij op de naleving ervan wordt toegezien door een constitutioneel hof. Een grondwet is inderdaad geen vodje papier, dixit Leo Tindemans, maar schept een hogere rechtsorde die generaties dient te overleven.
Een wezenlijk deel van de grondwet zijn een aantal fundamentele rechten die toekomen aan de burger. Oorspronkelijk waren dit meestal weerstandsrechten, met name rechten om zich tegen een onredelijke overheid te beschermen, zoals uiteraard het recht op leven maar ook het recht op een eerlijk proces, het recht op vereniging, op vrijheid van meningsuiting en zo verder. De laatste decennia is er evenwel ook een evolutie om zogenaamde “positieve” rechten op te nemen, zoals het recht op arbeid, het recht op leefbare en degelijke bewoning enzoverder. De voorstanders van deze rechten mogen dan wel prijzenswaardige doelen voor ogen hebben, mijn inziens moeten dergelijke rechten niet in de grondwet opgenomen worden. Bovendien kan er zelfs niet gesproken worden over “rechten”, maar eerder over te verwezenlijken beleidslijnen door de overheid. In zekere zin is bijvoorbeeld het fundamentele recht op arbeid dus geen individueel recht maar een collectief.
In het hierbij opgenomen artikel wordt de constitutionele bescherming van de economische vrijheid besproken, waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. Zoals blijkt, is de economische vrijheid geen “positief recht” maar een weerstandsrecht. Het gaat namelijk om het recht om een beroep of een bepaalde activiteit uit te oefenen, zonder dat de overheid deze op onredelijke of disproportionele wijze inperkt. Uit de analyse blijkt dat de constitutionele bescherming van de economische vrijheid niet zo voor de hand ligt en niet altijd of meestal niet wordt aanvaard. De economische vrijheid komt immers vaak in conflict met overheidsmaatregelen die andere prijzenswaardige doelen willen behartigen, zoals consumentenbescherming, de nationale gezondheid, het milieu enzoverder. Maar de overheid is niet altijd zo correct of proportioneel in zijn uitvoering en zondigt ook wel eens (of meerdere keren…) aan monopolisering en corporatisme.
Het artikel snijdt een aantal zeer interessante juridische (en filosofische) concepten en arresten aan, zowel van de Verenigde Staten als van de Europese Unie, zoals de “substantive due process clause”, het arrest “Lochner”, de gebuisde “grondwet” van de Europese Unie en het handvest van grondrechten, de juridische school van “Originalism”, de periode van de “Warren” en “Burger”-courts van het Amerikaans Hooggerechtshof, een reflectie naar Hayek, en nog veel meer.
Wie op het artikel stuit en het interessant vindt en het wil citeren, stel ik de volgende wijze van citatie voor: “N.RAEMDONCK, “De economische vrijheid en de grondwet”, geraadpleegd op nicolasraemdonck.wordpress.com, met dan de verwijzing naar het juiste randnummer. De auteursrechten berusten en blijven in mijne hoofde.
Recente reacties